Tijdens het commando “naast” wil je dat jouw hond voor een korte duur strak aan jouw been loopt. Hierbij is de aandacht compleet op jou gefocust. Naast lopen blijft de hond doen, tot jij het commando beëindig.

Bij het aanleren van “naast” wil je hond ook weer laten weten wanneer hij vrij mag lopen. Dit doe je door jouw hond een commando te geven zoals “vrij”, “toe maar” of “klaar”. Na dit commando mag de hond dan weer doen wat hij wil (niet trekken natuurlijk).

Naast lopen, hoeft niet altijd. Maar kan in bepaalde situaties heel handig of veilig zijn. Bijvoorbeeld: in drukke situaties, bij het oversteken, bij het passeren van voorbijgangers, tijdens het loslopen als er een fietser aan komt, etc.

Je wilt bij het commando ‘naast’ er op kunnen vertrouwen dat jouw hond strak naast jouw been is. Ook als jij onverwachte bewegingen maakt.

Eerst wil je jouw hond leren wat ‘naast’ betekend. Dit doe je door te benoemen en belonen op het moment dat jouw hond het doet:

Als jouw hond het commando begint te begrijpen, dan probeer je deze op willekeurige momenten in te zetten. Eerst nog zonder afleiding later (lees: weken oefenen) ook met afleiding.